Na de Hervorming nieuw reglement voor onderwijs

Den Ham: beste school uit vijfde district

Door Z.O. BROEK ROELOFS in de rubriek Hammer Historie van DvhO op 29 dec. 1984.


Voor Z.O. Broek Roelofs, van oorsprong uit Vroomshoop afkomstig en tegenwoordig in Almelo woonachtig, is streekgeschiedenis zijn hele leven al een hobby. Ook de historie van Den Ham heeft zich altijd in de warme belangstelling van de voormalige gemeente-ambtenaar mogen verheugen. Over de geschiedenis van het brinkdorp schreef hij een uitgebreide verhandeling, waarvan wij vandaag aflevering vijf (5) publiceren.


De innerlijke toestand van de Rooms-Katholieke Kerk was in het begin van de zestiende eeuw niet rooskleurig. Velen hadden bezwaar tegen ingeslopen bijgeloof en materialistische practijken om geestelijke doeleinden te bereiken. Zo werd ten behoeve van de bouw van de St. Pieterskerk te Rome een aflaathandel in het leven geroepen die vergeving van zonden moest voorstellen. "Als het geld in het kistje klinkt, de ziel in de hemel springt".

Velen werden afkerig van zulke door de kerk getolereerde practijken en werden daardoor rijp gemaakt voor een afhaken. De Reformatie van de kerk, door Luther, Calvijn en Zwingli aangevat, vond een voedingsbodem. Ook de geestelijkheid was niet meer onbesmet. Zij leerde bepaalde opvattingen in de kerk als gebreken te zien en velen waren niet meer eensgeestes met de officiële leer van de kerk.

Vandaar, dat zoveel pastoors er geen bezwaar tegen hadden voortaan als predikant door het leven te gaan en waren ze voorbereid op het kerkelijk gesprek dat ze daartoe hadden te ondergaan. Hun ongeletterde, beminde gelovigen volgden als trouwe schapen daarin hun herder, zodat er plaatsen waren waar niemand achterbleef.

De opbrengst van de kerkelijke goederen, voorheen in Roomse handen, kwam nu aan de Hervormden. De betalingen door de kerkleden per boerenerf voorheen aan de Roomse kerk gedaan in de vorm van het zgn. miskoorn, kwamen nu aan de Hervormde Kerk toe, ongeacht of de bewoners meegegaan waren met de Hervorming of niet. Dat dit in overwegend Rooms gebleven streken als Twente tot opstandigheid leidde laat zich begrijpen. Kloosters of kloostergoederen, zoals in Sibculo, werden door de provinciale overheid in beslag genomen. De verdere opbrengst werd door rentmeesters geadministreerd en gebezigd voor aanvullende betalingen voor Hervormde doeleinden.

De opbrengst van de kerkelijke goederen, voorheen in Roomse handen, kwam nu aan de Hervormden. Kloosters of kloostergoederen, zoals in Sibculo waarvan alleen de put nog over is, werden door de provinciale overheid in beslag genomen.

Overigens moet er over de begintijd, zo'n halve eeuw, van de Hervorming geen te verheven dunk zijn van de diepgang van het geloof en daarmee gepaard gaande uiterlijkheden. Er waren kerken waar nog jarenlang geen bijbel op de kansel of in de banken aanwezig was. Hier en daar stond, nu achter een gordijn, nog een altaar opgesteld. Menig pastoor ging over om met de huishoudster, waarmee hij samenwoonde, voortaan wettig gehuwd verder het leven door te gaan.

Onderwijs

De onder het katholicisme als enige geloofsvorm aanwezige parochiescholen verdwenen na de Hervorming. Het provinciebestuur stelde een reglement op voor de gang van zaken in de scholen op grond van de nieuwe leer gesticht. De onderwijzer, vaak de enige in een dorps- of buurtschapsschool, moest zijn van de ware, dat is de gereformeerde leer, omdat hij veelal ook fungeerde als voorlezer en/of voorzanger, in de kerk. Onderwezen werd in lezen, schrijven, rekenen en in zingen.

Hij had een schaars tractement van provinciewege als basisloon al naar gelang de belangrijkheid van zijn school. Per jaar f 25,- voor een buurtschapsschool f 80,- voor een stadsschool. Hij kon dit aanvullen met de verkoop van leermiddelen aan de scholieren, die op hun beurt elk voor zich de nodige turven meebrachten als brandstof om in de winter de kachel van het enige schoolvertrek te kunnen laten branden.

In een buurtschapsschool werd veelal alleen dan les gegeven, als de kinderen bij het landwerk konden worden gemist of dit stil lag. Soms was het de gewoonte, dat een ongehuwde schoolmeester bij een aantal boeren op de beurt af met de kost meeat.

De zorg voor het onderwijs was aanvankelijk bij de marken. In 1806 kwam er een nationale onderwijswet, die door het stellen van eisen van bekwaamheid een einde maakte aan het voorkomend gebruik of misbruik, dat een niet domme maar wel voor het boerenwerk ongeschikte of te luie arbeider zich als schoolmeester opwierp in de buurt van zijn inwoning.

Eerst in de dertiger jaren van de 19e eeuw trok de plaatselijke overheid de zorg aan zich. Bij benoeming nog lange tijd geassisteerd door vertegenwoordigers van gewaarden in een buurtschap of van bewoners in het dorp. Vaak ging de functie over van vader op zoon. Waren er teveel leerlingen, de maatstaf was zeventig per onderwijskracht, dan voorzag de schoolmeester zich op eigen gezag en voor eigen rekening, van een hulp.

Beste school

Er waren onder de vele middelmatige en onbekwame schoolmeesters (de opleiding stond nog in de kinderschoenen) ook uitschieters. In 1833 rapporteert de inspecteur dat Den Ham de beste school uit het vijfde disctrict is, waarin 39 scholen voorkwamen.

Op zeer doelmatige wijze leerde meester Hoefman met zijn hulp de letterklanken. Op haast volmaakte wijze werd lezen geleerd. Wie niet goed las, moest het gelezene zolang herhalen tot het wel goed was, desnoods met een medeleerling tot voorbeeld, aldus het rapport. Taalkundige ontleding werd ook beoefend en omdat er geen roomse kinderen aanwezig waren werden er godsdienstige liederen gezongen. Tweestemmig!

Inhoudsopgave