Armenjagers verdreven landlopers, bedelaars en stropers Landbouw belangrijke inkomstenbron
Door Z.O. BROEK ROELOFS in de rubriek Hammer Historie van DvhO op 28 dec. 1984.
Voor Z.O. Broek Roelofs, van oorsprong uit Vroomshoop afkomstig en tegenwoordig in Almelo woonachtig, is streekgeschiedenis zijn hele leven al een hobby. Ook de historie van Den Ham heeft zich altijd in de warme belangstelling van de voormalige gemeente-ambtenaar mogen verheugen. Over de geschiedenis van het brinkdorp schreef hij een uitgebreide verhandeling, waarvan wij vandaag aflevering vier (4) publiceren.
In ieder schoutambt sprak de schout, in eerste instantie, recht bij overtredingen. Over misdrijven handelde de drost, die tevens zonodig optrad in huwelijkszaken zoals huwelijkse voorwaarden, boedelscheiding en erfenissen. Beroep van hun uitspraken was mogelijk bij de provinciale staten (ridderschap en steden). Tweemaal per jaar, bij gras en bij stro, dus in het voor- en in het najaar. Overijssel was de enige bij de Unie aangesloten provincie die geen provinciaal hof als beroepsinstantie had.
Van de opgelegde boetes was twee derde deel voor de rechtsprekende en een derde deel voor de provinciale kas. Zo'n stelsel moest wel leiden tot rechtsongelijkheid en corruptie, het aanzien van de persoon.
Vooral Rooms-Katholieken hebben dat ondervonden bij hun verzoeken om godsdienstoefeningen, met of zonder orgel, te mogen houden, ondanks het feit dat hun religie officieel verboden was. Werd er in toegestemd, dan diende de uitoefening plaats te vinden in een huis, dat uiterlijk niet de kentekenen van een kerk had, een kerkhuis.
Tegen landlopers en bedelaars of stropers of de aanwezigheid van zigeuners, heidens genoemd, werd streng opgetreden. Door jagers op armen, armenjagers. Hun taak was de genoemden te verdrijven uit eigen gebied. Het waren de voorlopers van de wachters in het veld, de latere veldwachters, tot in de veertiger jaren van de 20e eeuw.
De overtredingen waren uiteraard uiteenlopend. Stelen van rogge, het "stropen" van veldvruchten, het ongeoorloofd vissen of kappen van hout, huisvredebreuk; verwondingen door vechtpartijen enz. Ook in geloofszaken werd recht gesproken. Opgetreden werd tegen het zonder vergunning (tegen betaling!) lezen van missen, het dopen door een priester, zelfs het aanhangen van een paus, het een schuilplaats geven aan een priester, het ongeloorloofd samenkomen van roomsgezinden. Het laatste kon geboet worden door betaling van een geldsom, waarvan de hoogte afhing van de luimen van de drost.
In de tijd, voorafgaande aan de grote ontwikkeling van industrie en transportwezen was de landbouw de belangrijkste bron van inkomsten. Tenminste drie van de vier gezinshoofden had er een bestaan in, was boer en werkten op het land. Ook de vrouwen en de kinderen hadden de helpende hand te bieden. Zelfs zij, die niet direct met de landbouw te maken hadden, waren er indirect van afhankelijk voor hun voeding en voor de levering van grondstoffen. Die voeding was eenzijdig. Voornamelijk brood, boekweitpap en peulvruchten. Granen waren verreweg de meest verbouwde gewassen.
Tussen produktie en konsumptie moest evenwicht bestaan. Bij de akkerbouw waren scherpe grenzen gesteld aan de oppervlakten die bebouwd kon worden. Die was nl. afhankelijk van de mogelijkheid tot bemesting. De vruchtbaarheid van de grond kon, na gebruik, op drieërlei wijze worden hersteld.
1. door het bouwland geruime tijd braak te laten liggen.
2. door een gedeelte van het bouwland gedurende een jaar braak te laten liggen met daarna voldoende bemesting met stalmest.
3. door plaggenbemesting met stalmest vermengd.De gehele oppervlakte braak te laten liggen was in de practijk geen haalbare methode. Ze werd wel toegepast bij de verbouw van veenboekweit, waarbij gemakkelijk van het ene perceel op het andere kon worden overgestapt. Bij de methode van het braakstelsel kon slechts een bepaald aantal stuks vee worden gehouden. Ook de plaggenbemesting kende z'n bezwaren en grenzen. Als de humuslaag werd weggenomen duurde het een aantal jaren vóór zich weer een nieuwe zode, rijp voor afsteken, had gevormd. Grote, uitgestrekte, terreinen, konden derhalve slechts voldoende plaggen leveren voor een betrekkelijk geringe oppervlakte bouwland.
Vergroting van de oppervlakte te bebouwen grond was dan ook een eerste vereiste om aan deze negatieve factoren het hoofd te kunnen bieden. Maar vóór de toepassing van kunstmest viel hieraan niet te denken.
Verbetering van de landbouwmethode was ook een mogelijkheid bij hogere verkoopprijzen van de producten. Door ruilhandel langzamerhand ontstaan. De boeren leverden daarbij aan stedelijke burgers allerlei agrarische producten waar zij in ruil geld voor ontvingen. Daarmee kochten ze niet alleen laken en linnen voor het huishouden, maar ook ijzerwaren en leerwerk voor het bedrijf. Het prijsverloop begint dan invloed uit te oefenen op de wijze waarop de landbouw wordt uitgeoefend. De boer zal die producten gaan verbouwen waarvoor een góede prijs kan worden gemaakt.
Aardappel
De opbrengst was oorspronkelijk het drievoudige van het zaaizaad. Bij rogge en tarwe het viervoudige. Een derde daarvan moest worden gereserveerd voor zaaizaad in het volgende jaar. Bij tegenslag door droogte, muizenplaag, misgewas enz. bleef er maar weinig voor de menselijke consumptie over. Het bedrijf was door dit alles erg kwetsbaar. Iedere verhoging of verlaging van de opbrengst had directe uitwerking.
De resultaten werden beter toen, door de invoering van de aardappel, plm. 1750, het mogelijk werd de te consumeren graanhoeveelheid te verlagen. Naast het eten van peulvruchten, knollen en kool.
Eenzelfde oppervlakte bouwland met aardappels beteeld, kan nl. twee à driemaal zoveel mensen voeden als bij graanbouw. Bovendien leveren aardappels een goed en goedkoop veevoeder. De komst van de aardappel hoeft de bestaanskans van kleine en zeer kleine boerenbedrijfjes vergroot.
![]()
In de geschiedenis van Den Ham heeft het boerenbedrijf altijd een belangrijke rol gespeeld: eerst was het de landbouw, later in toenemende mate de veeteelt, uitmondend in de intensieve veehouderij.
Inhoudsopgave